zondag 5 december 2010

LXX

De eerste schriftelijke vertaling van de Hebreeuwse bijbel was die in het Grieks, de taal van de hellenistische wereld. Aan deze vertaling heeft men sinds de derde eeuw v.C. in Alexandrië gewerkt. De naam betekent ‘zeventig’ (de gebruikelijke afkorting voor dit werk is LXX), en is afkomstig uit de traditie dat tweeënzeventig oudsten, zes van elke stam, in opdracht van de Egyptische vorst Ptolemaeus II Philadelphus, uit Palestina naar Alexandrië waren overgebracht. De legende zegt dat die tweeënzeventig geleerden in afzonderlijke cellen op het eiland Pharos werden opgesloten met de opdracht tot vertalen. Vroege bronnen zeggen dat ze elk slechts een deel van de Pentateuch hebben vertaald, maar een talmoedische legende beweert dat ze elk alle vijf de boeken van Mozes hebben vertaald, en dat het resultaat identiek was, hoewel ze in afzondering hadden gewerkt. In historisch opzicht kan alleen gezegd worden dat de vertaling van de Pentateuch omstreeks 250 v.C. in Alexandrië is verschenen (waarbij de term ‘Septuaginta’ oorspronkelijk alleen werd toegepast op het gedeelte van de Pentateuch). Naar de oorspronkelijke omstandigheden en de motivering kan hoogstens worden gegist, al zijn er wel theorieën geweest die zeiden dat de vertaling bedoeld was voor niet-joodse lezers – hetzij om hen te informeren, hetzij op grond van zendingsmotieven – , en andere die beweerden dat de vertaling gemaakt was voor joden die geen Hebreeuws meer kenden.
Het meest waarschijnlijk is dat de Septuaginta tot stand is gekomen door joden voor hun mede-joden, ter wille van openbare voorlezing of voor particuliere studie. De vertaling kan officieel zijn gesteund door de joodse autoriteiten en is mogelijk voortgekomen uit een mondelinge traditie van Griekse vertaling tijdens openbare voorlezingen van de Wet. De joden van Alexandrië vierden elk jaar een feestdag ter herdenking van de oorspronkelijke publikatiedatum van de vertaling van de Pentateuch. De joodse wijzen in Palestina veroordeelden dit werk echter, omdat ze vreesden dat de kennis van de Hebreeuwse taal erdoor in gevaar zou komen, en een van hen zei: ‘De dag waarop de Thora is vertaald, was even verschrikkelijk als die waarop het gouden kalf is gemaakt.’ De rest van het werk is pas later verschenen. De profetische boeken, die omstreeks 200 v.C. in Palestina gecanoniseerd waren, zijn waarschijnlijk korte tijd later vertaald, en de Geschriften nog weer later, naarmate de verschillende boeken uit die afdeling in de canon werden opgenomen. De complete vertaling van de bijbel was omstreeks 100 v.C. gereed. Er zijn opvallende verschillen in stijl en aanpak van de verschillende gedeelten, waarbij de Pentateuch de meest correcte vertaling vertoont, terwijl enkele latere boeken nogal vrij bewerkt lijken.

vertaald door Tinke Davids

Enkele belangrijke werken uit de oudheid [fragment]
uit: Joodse cultuur, oorsprong en bloei : een geschiedenis van de Joodse cultuur een haar uitstraling - Geoffrey Wigoder


____