vrijdag 10 december 2010

Mijn deskundigenstem

’s Avonds bij de borrel vroeg een collega die was gestationeerd in een westers land wat dat nou voor mensen waren, die Arabieren. Daarop had ik inmiddels een standaardantwoord, dus ik zette mijn deskundigenstem op en zei dat de Arabische wereld extreem gevarieerd was, en ik alleen Egypte iets beter kende. Ik sprak nauwelijks vrouwen dus mijn indrukken waren hooguit voor de helft geldig en als ik gemiddeld iedere dag één persoon iets beter leerde kennen, dan waren dat in drie jaar duizend mensen. Op tweehonderdzestig miljoen Arabieren is duizend mand nul komma nul nul nul nul drie procent van de bevolking.
Ja ja ja, was zijn reactie, zeg het nou maar. En toen daagde in een flits wit licht de Waarheid: ik wist niet wat voor mensen die Arabieren waren, niet omdat ik niet hard genoeg mijn best deed maar omdat ik het niet kón weten. ‘Jij werkt in een democratie,’ zei ik vol vuur tegen mijn collega, ‘en in zo’n systeem heb je allerlei instrumenten om jouw indrukken bij de nul komma nul nul nul één procent van de mensen die je spreekt, breder te trekken, te plaatsen. Mensen in jouw land durven met jou te praten. Ze durven met elkaar te praten, en hun media zijn vrij. Er zijn opiniepeilingen, kijkcijfers, verkiezingsuitslagen. Met andere woorden: bij jou kunnen de persbureaus een veel groter deel van de maatschappij belichten, en je kunt zelf zaken uitzoeken. De reportages die dit oplevert, gaan vaak ten onder in het geweld van de persbureaus en daar baal je van. Maar in een dictatuur is het probleem van een andere orde. Ik kan überhaupt niet met eigen dingen komen. Bij jullie roepen oppositiepartijen, actiegroepen of journalisten de leider ter verantwoording, en dan moet de leider zich verdedigen. Bij mij stuurt de leider een knokploeg. Kennis is macht, dictators proberen alle macht te verzamelen en dus zullen ze alles doen om informatie weg te houden bij hun onderdanen. Hoe minder doorzichtig de samenleving, des te beter zijn corruptie en machtsmisbruik te verbergen, en des te moeilijker een oppositie zich kan organiseren.
Dat jij nu niet bangt bent om naar mij te luisteren en ik niet bang ben om jou dit te vertellen, dat is het verschil tussen dictatuur en democratie,’ doceerde ik nog even verder. ‘Stel dat de helft van ons hier aan tafel voor de geheime dienst werkte, en wij niet van elkaar wisten wie. Dat al onze bazen lid waren van de Partij en rapporteerden aan de geheime dienst over onze denkbeelden. In zo’n organisatie houdt toch iedereen zijn mond?’

uit: Het zijn net mensen : beelden uit het Midden-Oosten - Joris Luyendijk


____