zaterdag 24 december 2011

Kan ik nu weer naar mijn bed?

‘Je maakt ons ongelukkig,’ zei oom Mustafa.
‘Ik wil jullie ongelukkig maken,’ zei Siraag. ‘Ik wil werken.’
‘Hoe kunnen we nou niet ongelukkig zijn als we weten dat je werkt,’ zei de oude Hafiz. ‘We zijn geen egoïsten zoals jij. Toe, wees nou verstandig. Je maakt me aan het huilen.’
De oude Hafiz begon inderdaad te snotteren. Hij was vastbesloten zijn toevlucht te nemen tot dit uiterste redmiddel om zijn zoon te vermurwen. Oom Mustafa volgde zijn voorbeeld bij deze pijnlijke gelegenheid. Hij hield zijn tranen toch al een tijdje in en het kostte hem geen enkele moeite toch al een tijdje in en het kostte hem geen enkele moeite ze de vrije loop te laten. Ze waren in de moeilijkste fase van het drama beland. Hier viel niets meer aan toe te voegen.
‘Goed,’ zei Siraag. ‘Ik ga niet meer weg. Maar houden jullie alsjeblieft op met huilen.’
‘Nou ben je eindelijk verstandig!’ zei de oude Hafiz. ‘Je maakt je oude vader blij. Kom, geef me een zoen!’
‘God zij gezegend!’ zei oom Mustafa.
Siraag liep naar zijn vader toe en gaf hem een zoen op zijn voorhoofd. Hij voelde zich beschaamd en ellendig. De oude Hafiz riep met snerpende stem om Hoda, waardoor Galaal wakker werd.
‘Wat is er nou weer? Hoe ver staan we ermee?’
‘Hij gaat niet meer weg,’ zei Rafiek.
‘Des te beter,’ zei Galaal. ‘Dus deze geschiedenis is voorbij. Kan ik nu weer naar mijn bed?’
Hoda, die in de keuken angstig het resultaat van het familie beraad afwachtte, was op het geroep van haar meester aan komen snellen.
‘Kom hier, meid!’ zei de oude Hafiz. ‘Vandaag maak je een kip voor het middageten klaar. Hoor je me?’
Hij draaide zich om naar Siraag en vervolgde: ‘Siraag, jongen, maak je maar niet druk. Op een dag gaan we met ons allen een keertje naar de stad.’
‘Reken maar niet op mij,’ zei Galaal.

vertaald door Mirjam de Veth

uit: De luiaards in de vruchtbare vallei - Albert Cossery