Als we via een fototoestel naar iemand kijken, doet de situatie enigszins aan communicatie denken. Je ziet jezelf niet, maar je probeert een ander iets over te brengen. Bij het kijken in een spiegel hoeven we minder ons best te doen: wat vertrokken spiertjes lijken algauw op een lach. Om die reden zijn mensen op foto’s verhoudingsgewijs expressief.
Het zelfbeeld dat we hebben, zou vooral gebaseerd zijn op het kijken in spiegels, maar onder die omstandigheden zien we er in zekere zin anders uit dan wanneer we direct met onze medemensen te maken hebben. Op die manier zou een verschil kunnen ontstaan tussen de ideeën die we over onszelf vormen en de wijze waarop anderen letterlijk of figuurlijk tegen ons aan kijken.
Relaties [fragment]
uit: Toestanden - Piet Vroon