Op de dag dat Venezuela het recht van iedere burger op een woning, opgevat als een verbruiksartikel, wettig maakte, vond driekwart van alle gezinnen, dat hun zelfgebouwde onderkomens daardoor gedegradeerd werden tot de status van krotten. Bovendien – en dit is het onaangename – aan de zelfbouw werd nu afbreuk gedaan. Geen huis kon meer wettig van de grond komen zonder onderwerping aan een goedgekeurd plan van een architect. Het bruikbare afval en oud roest van Caracas, tot dan toe opnieuw gebruikt als uitstekende bouwmaterialen, creëerden nu een probleem van massief afvalmateriaal. Op de man, die zijn eigen ‘woning’ produceert wordt neergekeken als een afvallige, die weigert mee te werken met de plaatselijke pressiegroep voor het opleveren van in massa geproduceerde wooneenheden. Ook zijn ontelbare regels verschenen, die zijn vindingrijkheid als illegaal, of zelfs crimineel brandmerken. Dit voorbeeld illustreert waarom de armen als eersten lijden, als een nieuw soort verbruiksartikel een van de traditionele bestaansmiddelen castreert. De
nuttige werkloosheid van de werkloze arme wordt opgeofferd aan de uitbreiding van de arbeidsmarkt. ‘Wonen’ als een zelf gekozen activiteit, evenals elke andere vrijheid van nuttig niet-gebruiken van de tijd na het werk, wordt het voorrecht van iemand met een afwijkend gedrag, vaak de nietsdoende rijke. Een verslaving aan verlammende overvloed, doet, als ze zich eenmaal in een cultuur wortelt, ‘gemoderniseerde armoede’ ontstaan. Dit is een vorm van waardeloosheid, noodzakelijkerwijs geassocieerd met de verspreiding van verbruiksgoederen. Dit stijgende onnut van industriële massaprodukten is ontsnapt aan de aandacht van de economen, omdat het niet toegankelijk is voor hun metingen, en aan de sociale werkers, omdat het niet ‘geoperationaliseerd’ kan worden. Economen hebben geen effectieve middelen om in hun berekeningen het overal in de maatschappij voorkomende verlies van een soort bevrediging op te nemen, dat geen marktequivalent heeft. Dus, men kan tegenwoordig economen omschrijven als de leden van een broederschap, die alleen mensen accepteert die bij het uitvoeren van hun professionele arbeid, een getrainde sociale blindheid uitoefenen ten opzichte van de meest fundamentele transactie in de hedendaagse systemen van zowel Oost als West: de vermindering van het persoonlijke vermogen van het individu iets te doen of te maken, wat de prijs is voor elke toename van een verbruiksgoederenrijkdom.
vertaald door R.L. UiterwijkOnbruikbare marktintensiteit [fragment]
uit:
Het recht op nuttige werkloosheid - Ivan Illich