Hitlers uitstel van de aanval op Moskou had geleid tot spectaculaire, maar nauwelijks doorslaggevende acties in de Oostzeestaatsjes en de Oekraïne. Toen het bevel kwam operatie Barbarossa af te ronden met de verovering van Moskou, operatie Tyfoon, was het te laat in het jaar. De situatie aan het front was ontluisterend: door slachtoffers en ziekten werden de eenheden sneller uitgedund dan er vervanging kon worden aangevoerd, waardoor compagnieën gemiddeld minder dan vijftig man telden, een kwart van hun geplande oorlogssterkte. Bovendien hadden degenen die nog leefden sinds 22 juni bijna zestienhonderd kilometer gemarcheerd – ze hadden geen laarzen of sokken en waren fysiek en mentaal volkomen uitgeput. Er kwamen duizend paarden per dag om, er waren geen reserveonderdelen voor voertuigen en het Rode Leger, dat niet meer zou moeten bestaan, vocht nog steeds door. Voor de Waffen-SS was de logistieke situatie even erg, maar de SS-strijdgeest werd er niet door aangetast. Dat was zo opvallend dat generaal von Mackensen, commandant van het 3de pantserkorps, een brief aan Himmler stuurde over de prestaties van Hitlers lijfwacht. Hoewel het alleen de
Leibstandarte betrof, slaan zijn opmerkingen even goed op de andere divisies van de Waffen-SS die toen in Rusland streden. Het is de moeite waard eruit te citeren: ‘Het zal u misschien enige deugd doen om uit de mond van de bevelvoerend generaal te vernemen, wat hij en andere divisies vinden van de
Leibstandarte, die tijdens deze lange en zware veldtocht dient onder zijn bevel, een legerman en niet iemand van de SS. Herr Reichsführer, ik kan u verzekeren dat de
Leibstandarte een voortreffelijke reputatie geniet, niet alleen bij haar hogere commandanten, ook bij haar kameraden in het leger. Iedere divisie zou willen dat de
Leibstandarte in de buurt was, zowel tijdens de aanval als tijdens de verdediging. De interne discipline, de koele stoutmoedigheid, de opgewekte ondernemingslust, de onwankelbare absoluutheid tijdens crises (zelfs als het lastig of serieus wordt), de voorbeeldige taaiheid en hardheid, de kameraadschap (die speciale lof verdient) – al deze kwaliteiten zijn uitzonderlijk en onovertroffen. Desondanks heeft het officierskorps een aangename mate van bescheidenheid behouden. Een echte eliteformatie waar ik met blijdschap en trots bevel over voer en die ik oprecht wil behouden, wat hopelijk zal lukken! Deze grenzeloze lof heeft de
Leibstandarte te danken aan de grootsheid van haar prestaties en haar militaire vakkundigheid tegenover een vijand wiens moed, koppigheid, aantal en bewapening niet onderschat mogen worden. De uitstraling die van nature om de Führer-lijfwacht hangt, zou hier aan het front niet voldoende geweest zijn om de
Leibstandarte zoveel lof zonder grond toe te zwaaien.’ Gelijksoortige erkenning werd ook geuit door andere generaals, wat aantoonde dat de Waffen-SS volwassen geworden was.
vertaald door Piet Hein GeurinkBarbarossa [fragment]
uit:
Het verhaal van de Waffen-SS 1923-1945 - Christopher Ailsby