Niet dat de ingreep spectaculair vernieuwend mag worden genoemd, maar we kwamen uit op een beeld dat, vele jaren later, ook de cover zou sieren van Dimitri Verhulsts De helaasheid der dingen. Een Belgische vensterbank, met minstens één pot vrouwentongen.
Die ene pot planten was Gert echter niet genoeg. Ook iedere afdeling in het boek moest een illustratie krijgen – een postuurtje, een asbak, een vaas, een kleine buste die hij weliswaar de trekken meegaf van Lord Byron. (De eerste afdeling was een bewerking van de eerste Canto uit diens Don Juan.)
Gert trok er zelf met zijn fotoapparaat op uit om de Vaderlandse Vensterbank vast te leggen in dozijnen foto’s. Daaruit koos hij de meest buitenissige, maar weigerde ze in potlood na te tekenen, zoals ik nochtans had gehoopt. Nee, ook de techniek moest anders zijn, onverwacht, en liefst virtuoos. Hij wilde zichzelf al vernieuwen nog vóór hij was begonnen. Met kleefrasters maakte hij kleine stillevens, die hem vier keer meer tijd kostten dan wanneer hij ze gewoon had getekend. In een techniek die ik nog niet eerder had gezien, en nooit meer ergens denk te zullen zien – dat soort rasters is sinds de opkomst van de computer nagenoeg verdwenen.
[Dit is het boek waarvan sprake, AvdB]
Vent en vorm en vice versa - Tom Lanoye [fragment]
uit: Dooreman - Gert Dooreman