Dit is nu het resultaat – in een levensfase waarin ik alleen nog het puik van alle vreugden en het beste van het beste aanvaard, omdat ik verder niets meer vraag – dit is de vrucht die te vroeg is gerijpt door mijn voortvarende vertrouwelijke omgang – ‘Hé jongen, tracteer me op een dozijn oesters, hier staande aan de bar net als in Marseille… Vial, we staan morgen om zes uur op om rozen te gaan kopen in de Hallen, dienstbevel!’ – en door een naam die maakt dat alles anders klinkt…
En als ik voortaan minder vriendelijk zou zijn voor mezelf en een ander, tot het eind van het mooie Provençaalse seizoen, bezaaid met roodgloeiende geraniums, witte zomerjurkjes, gesprongen watermeloenen die hun vurig hart laten zien als opengebarsten planeten? Toch was er niets dat mijn gelukkige, teerblauwe, kristallen zomer bedreigde, mijn zomer met open ramen, klapperende deuren, mijn zomer met kransen jonge, jasmijnwitte knoflook…
De amoureuze genegenheid van Vial – het niet minder amoureuze verdriet van het meisje Clément: ik zit tussen die twee stromen in en ik kan er niets aan doen. Ik onderwerp hen aan een verhoor en ik voorzie hen van commentaar in tekens met inkt in een haastig handschrift geschreven.
vertaald door Evelien van Leeuwen
uit: Het eerste daglicht - Colette