Een begin van lachen kwam door, een verkeerd begin – ze verwachtten dat ze nu algauw op een grap of een toespeling zouden moeten reageren, maar Max scheen dat niet door te hebben en ging verder: ‘Ik ken Allan helemaal niet en hoewel ik denk dat ik mijn zuster ken, geloof ik dat ik van haar evenmin veel weet. We moeten het aan hen overlaten om er zelf iets van te maken. En – het allerbeste. Ze zijn jong, mijn zuster is mooi –’
Ditmaal klonk het rommelen van het gelach overtuigend. Max werd onverstaanbaar, hoewel ik vermoedde dat hij waarschijnlijk iets zei over dat ze mooi was in weerwil van de manier waarop ze zich voor vandaag had opgedoft. De gasten dachten dat het negeren van hun reactie een soort droge humor was en hun gelach welde in elke pauze of aarzeling waarderend op toen hij verder ging: ‘… tussen hen beiden. Maar het soort leven dat zij zullen leven, de manier waarop zij tussen anderen zullen leven – dat is weer iets anders en hier kan men wel iets over te zeggen hebben. Ik weet dat ik geacht word namens allen hier te spreken’ (er ontstond een gevoel gemompel van bijval) ‘– al deze mensen die Queen vanaf haar geboorte hebben gekend en die haar man hebben gekend, Allan – en die hier gekomen zijn met dat prettige gevoel dat ze krijgen als ze samen komen en op elkaars gezondheid drinken – op jullie gezondheid, Queen en Allan – maar ìk zou willen zeggen’ (aller ogen waren op hem gericht met die toegeeflijke, glimlachende aandacht die door goede manieren wordt voorgeschreven) ‘laat de wereld voor jullie niet beginnen en eindigen bij deze – hoeveel zijn ’t er? vierhonderd mensen die vandaag in deze Donnybrook Country and Sporting Club bijeen zijn. Deze goede vrienden van onze ouders en van Allans ouders, onze regionale voorzitter en de vroegere ministers van dit of dat (ik wil me niet vergissen in de portefeuilles) en alle anderen van wie ik de namen niet ken, maar me wel de gezichten herinner – die ons gemaakt hebben tot wat het is.’ (Er klonk langdurig applaus dat geleid werd door iemand met luidruchtige, harde handpalmen.) ‘Er bestaat een hele wereld buiten dit alles.’ (Opnieuw brak het applaus los.) ‘Uitgesloten. Buitengesloten. Dit wereldje insluitend… Blijf niet binnen, krijg geen verkalking zoals zij… ik heb ’t nu niet over wat sommigen al hebben, zij die hun trombose al hebben gehad, ik doel niet op aderen die door het rondhangen in gelegenheden als deze mooie club en door meer dan genoeg eten verkalkt zijn – ’ (Het geklap begon en kletterde uiteen als het abusievelijke applaus tussen twee onderdelen van een symfonie.) ‘Waar ik jullie vraag voor op te passen is – is morele sclerose. Morele sclerose. Verharding van het hart, bewustzijnsvernauwing, terwijl de dividenden intussen omhooggaan. Dat wat ze ’s winters gratis dekens in de kralen doet uitdelen, terwijl ze weigeren lonen uit te betalen waarvan de mensen kunnen leveren. Zelfgenoegzaamheid. Wij zijn nooit te jong om ons dit eigen te maken. Het heeft je gauw te pakken en het is meer verbreid dan bilharzia in de rivieren en verdomd veel moeilijker te genezen!’
Er ontstond een murmelend gegrinnik. De oom naast me fluisterde gespannen: ‘Hij heeft zijn vaders talent als redenaar geërfd.’
‘Het is honderd procent endemisch in plaatsen als deze. Donnybrook Country en Sporting Club en in alle buitenwijken waar jullie naar alle waarschijnlijkheid een keus uit zult maken om te gaan wonen. Maar wees er niet al te zeker van dat ’t er ook gezond leven is, in onze mooie, schone buitenwijken alleen voor blanken.’
vertaald door N. Funke-Bordewijk
uit: De bourgeoiswereld van vroeger - Nadine Gordimer