Of zit het anders in elkaar? Zijn die gebeurtenissen eigenlijk wel zo belangrijk en opvallend, dat je ze niet elke dag mee kunt maken? Ik weet het niet. Maar er zijn dagen dat je voor alles openstaat, betekenis hecht aan de kleinste voorvallen, alles met een scherp oog ziet en met een fotografisch geheugen onthoudt. Een uitgesproken tegenstelling hiermee vormen de dagen waarop je min of meer dicht zit, niets tot je doordringt of indruk op je maakt, alles dof van je afglijdt zonder herinneringen na te laten. Zo kan ik elke minuut van de nu te beschrijven dag nog voor me halen, in kleuren, geuren en geluiden. Vergezichten in bochten van wegen. Het gezicht van een oude vrouw die voor haar woning iets zat te verstellen. Kortom, talloze dingen staan van die dag in mijn geheugen geprent, terwijl van de dag ervoor en erna, dagen die wat weer, omstandigheden en activiteiten vrijwel gelijk waren, ik weinig of niets meer weet. Ik kan verstandelijk nagaan wat ik heb uitgevoerd, maar de kleur is eraf, de details zijn eruit, het zijn dode herinneringen, nog even en ze zijn in mijn geheugen uitgeveegd. De hierna volgende vreselijke val herinner ik me vanwege de schrik nog goed, maar de plaats waar het gebeurde zou ik niet meer kunnen terugvinden. De geest heeft een zeef die te sterke indrukken van buiten afweert om krankzinnigheid te voorkomen. Een soort luxaflex die de ene dag wat wijder openstaat dan de andere.
Op een vreemde manier is het heel nuttig op zo’n scherpziende dag een kleine verwonding, een verzwering of kneuzing, te hebben; niets ernstigs, maar toch een aanleiding om je een beetje te ontzien, waar je op de achtergrond een beetje mee bezig bent. Het lijkt of juist die halve aandacht voor je eigen welzijn de andere helft van die aandacht activeert, alsof je het gekwetste lichaam, niet tot snelle acties in staat, beschermd moet worden door een grotere helderheid van de geest die immers meer dan anders gevaarlijke situaties moet anticiperen.
Schommelingen in het waarnemingsvermogen [fragment]
uit: De bloedende trein : verhalen - Bob den Uyl