maandag 16 januari 2012

Wat voor wiskundige kromme levert dat op?

Aantekeningen in het vliegtuig:

Het is de moeite waard eens een keer eersteklas te vliegen; naast mij een nog vrij jonge passagier die, zoals bij de champagne blijkt, in bommen handelt. / Een eerlijk mens is iemand die een beetje verlegen wordt wanneer iemand tegen hem zegt dat hij een eerlijk mens is. / In Harvard een Amerikaanse germaniste die een publikatie over Ingeborg Bachmann voorbereidt, over het werk en de persoon; ze is erg dankbaar voor mijn hulp: het geven van de adressen in Rome. / In Cincinnati de vraag hoe het is wanneer een schrijver met zijn vroegere werk geconfronteerd wordt. Ik weet niet wat ik daarop geantwoord heb – in plaats van te vertellen over de schilder die in aanwezigheid van zijn vrouw zei: ACH, DIE OUWE TROEP, ALLEMAAL ROTZOOI!, waarop zij later, als er een tentoonstelling, een retrospectieve, moet worden ingericht om een eind te maken aan zijn gepieker zegt: LAAT DIE OUWE TROEP TOCH! zonder te merken dat die kwalificatie alleen hém gepermitteerd is; zij heeft het werk niet gemaakt. / Wanneer je tegen Amerikanen zegt: I AM SOCIALIST, dan verlies je hun achting niet, integendeel, ze zijn ervan overtuigd dat je een soort ster bent die zich dat kan veroorloven. / Vanuit het vliegtuig: het is aannemelijk dat je op deze wijdse aarde, overdekt met zo vele nederzettingen en steden ergens gemist wordt. Dat veroorzaakt een lichte euforie. Sta je met dat inzicht midden in de een of andere stad, dan maakt dat je hondsbedroefd. / Hij is gekrenkt! dat is erger dan wanneer we zeggen: Hij is hondsgemeen. Dat laatste zeggen we zonder neerbuigendheid. / Gevoelens van schuld, zonder dat ik weet wat ik onder schuld versta. / Tweemaal, in Montreal en in Chicago, en plein public de vraag: Klopt het, meneer Frisch, dat u vrouwen haat? / Verhouding tussen leeftijd en onwetendheid: wat voor wiskundige kromme levert dat op? Ondanks de toename van kennis gaat de lijn met het ouder worden steeds steiler omhoog: de onwetendheid wordt oneindig. / Wie heeft er wel eens twee honden gezien die, wanneer ze elkaar ontmoeten, over een derde hond beginnen te praten omdat ze anders niet met elkaar kunnen beginnen? / Een sprookje van een visser die zijn net binnenhaalt en uit alle macht trekt en sleurt tot het aan land is, het net, en hij zit er zelf in, alleen hij. Hij verhongert. / Uw houding als katholiek ten opzichte van de waarheid. / Angst vanwege je geheugen: alsof je met krijt op glas probeert te schrijven en het glas neemt het slechts vaag op, je ziet alleen wat streepjes, en bewaart het onleesbaar. Ik herinner mij precies waar en tot wie ik dat gezegd heb. We liepen over een lange pier. Terwijl hij spreekt, begrijp ik alles. Aan het eind van de pier zijn we toen blijven staan. Zou hij doorgelopen zijn, van de pier af en over het grauwe water, dan was ik hem gevolgd en zou ik pas nu verdrinken; ik weet niet meer hoe hij het verklaard heeft. / Impotent (voor het eerst) op mijn vijfendertigste –

vertaald door Hans W. Bakx

uit: Montauk : een vertelling - Max Frisch