maandag 30 januari 2012

Ze wilde niet ingaan op mijn voorstel om samen naar de onderzeese steenvelden te varen

Wat je zei, Stella, leek in het begin niet alleen tot mij gericht, het was alsof je iets principieels wilde zeggen tegen iedereen die het aanging: ‘Animal Farm is een toegepaste fabel, of een toepasbare fabel, hier wordt iets gezegd door middel van iets anders; achter dat wat we oppervlakkig gezien te weten komen, schuilt een algemeen geldende waarheid, die je de ellende van de revolutie zou kunnen noemen.’ Ze bleef voor de boekenkast staan en praatte verder tegen de boeken: ‘Voor de dieren gelden niet zozeer de klassieke eisen van de revolutie – meer brood, meer vrijheid – , hun doel is een einde te maken aan de heerschappij van de mensen, een beperkt, concreet doel, dat ook wordt bereikt. Maar dan, met het stichten van een nieuwe maatschappij, begint de ellende. Het begint met de vorming van klassen en met de machtswellust van enkelingen.
Toen richtte Stella zich tot mij: ‘En nu we toch bezig zijn, Christian, je hebt het begin voldoende weergegeven, de geboden, de slogans, je hebt de tafel der wet genoemd die de dieren zichzelf hebben opgelegd, allemaal correct, allemaal waar, je hebt ook de verschrikkelijke stelregel geciteerd: “Alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn meer gelijk dan andere.” Toch is er iets wat je niet hebt genoemd of over het hoofd hebt gezien: het resultaat van die revolutie, een resultaat dat kenmerkend is voor zoveel revoluties. De machtsstrijd binnen de heersende klasse is je niet opgevallen, je hebt geen aandacht gehad voor de ongelooflijke terreur die na de verovering begint, en ten slotte, Christian, heb je niet gemerkt dat dit een weerspiegeling is van menselijk gedrag. Er is een boek dat je niet hoeft te kennen, maar waarvan de titel veelzeggend is: De revolutie eet haar eigen kinderen op. Kortom, je hebt de oorzaken van de revolutie genoemd, maar je bent nauwelijks ingegaan op de redenen van het falen ervan.’
Ik probeerde me niet te verdedigen, ik liet het achterwege omdat ik merkte dat ik niet tegen je opgewassen was en dat alles klopte waar je me op wees. Toch was er iets wat ik per se wilde weten: de beoordeling die je me had gegeven of zou geven. Op mijn opmerking ‘Als mij opstel mislukt is, dan zal ik wel geen goed cijfer krijgen’, haalde jij je schouders op en zei enigszins berispend: ‘Dit is volgens mij niet de plek om over cijfers te praten.’
Stella gaf me te verstaan dat we bepaalde dingen uit elkaar moesten houden en dat ze, ondanks alle genegenheid en hoewel ze stond achter alles wat er tussen ons was gebeurd, niet bereid was op haar eigen terrein haar autoriteit op te geven. ‘Over cijfers kunnen we beter niet praten.’ Ze zei dat zo stellig dat ik haar niet probeerde te beïnvloeden, ik durfde ook mijn armen niet om haar heupen te slaan en haar op schoot te trekken.
Je wilde dat ik in je werkkamer bleef toen de telefoon ging; terwijl je praatte keek je me aan, geamuseerd, opgelucht ook, het was het telefoontje waarop je had gewacht. Stella’s vrienden, die haar allang aan boord hadden willen nemen, kondigden opnieuw hun komst aan; voor zover ik begreep wisten ze niet precies op welke dag dat zou zijn, de wind was erg ongunstig. Ze wilde niet ingaan op mijn voorstel om samen naar de onderzeese steenvelden te varen. ‘Later,’ zei ze, ‘als ik weer terug ben.’ Toen we afscheid namen, zei ze dat het een heel verrassend bezoek was geweest, waarmee ze ongetwijfeld wilde aangeven dat ik haar dat soort verrassingen voortaan moest besparen. In de voortuin draaide ik me om, allebei zwaaiden ze me na, ook de oude marconist.

vertaald door Gerrit Bussink

uit: Een minuut stilte - Siegfried Lenz