Zou dat poëzie zijn?
Dichters zeggen ‘kleppende arendspennen’ als ze vleugels bedoelen en ‘ploegend akkerbeest’ als ze het hebben over een rund. Zo zeg ik ‘gisteren’ in plaats van ‘vandaag’. (Wie weet ben ik iets van een dichter.)
Maar verder verliep gisteren alles normaal. Het was een doodgewone dag.
Het was een dag zonder vonk, jump of impetus.
Het was ook een dag zonder hoela-hoep, hotpants of Hermann Hesse, daar niet van.
Werkelijk heel gewoontjes. Veertien maal opende ik de deur van mijn kamer en veertien maal sloot ik hem weer. Ik legde driehonderdnegenenveertig traptreden af.
Negentien maal stak ik een sigaar aan. Eenmaal probeerde ik hem met mijn vulpen aan te steken, eenmaal met een andere sigaar en twee keer met mijn pink.
De mensen zeggen dat ik verstrooid ben. Er was dus werkelijk niets aan de hand.
’s Middags (gistermiddag!) ging ik winkelen en consumeerde dusdoende drie kilometer en honderdtachtig meter. Ik gaf een keer f 1,75 uit, een keer f 2,83 en zelfs een keer f 35,50.
De eerste keer betaalde ik met twee gulden en kreeg een kwartje terug, de tweede keer betaalde ik met vijf gulden en kreeg f 2,17 terug en de laatste keer betaalde ik met honderd gulden en kreeg er viereneenhalf terug.
Dat laatste merkte ik pas toen ik het warenhuis al had verlaten. Er was werkelijk niets aan de hand.
Op straat telde ik zeven houten benen, vierentwintig krukken, een tiental breukbanden en negen glazen ogen. Slechts één man droeg alle hulpmiddelen. Hij leek sprekend op Henk Jurriaans.
Van de vrouwen zag ik er drie die me herinnerden aan een aardvarken, vier leken sprekend op een waterkoe en vijfentwintig bootsten een walrus na.
Tweemaal kwam ik een kennis tegen, en ik ving onder meer de volgende woorden van ze op: Timboektoe, tumor, toendra. Oergewone woorden eigenlijk.
Het was in alles een oergewone dag.
’s Avonds (gisteravond!) keek ik naar de tv. Nu, dat was nog een hele belevenis.
Hoewel: had je ‘m wel ingeschakeld? De mensen zeggen dat je zó verstrooid bent… Ach, ook als je het wel had gedaan, was er niets aan de hand geweest.
uit: Horen, Zien en Zwijgen : vreugdetranen over de treurbuis - Gerrit Komrij